Morning person

door Mirjaan

Tussen 6.15 en 7.15 uur gebeurt het tegenwoordig. Lynn wordt wakker. Onmenselijke tijdstippen vind ik het. Op mijn werk sta ik twee keer per week met flinke tegenzin om 5.30 uur op. Maar thuis vind ik dit echt veel te vroeg. Nu was ik, in het tijdperk voor Lynn, een absolute uitgesproken fanatieke uitslaper. Echt zo eentje van het kaliber ‘de dag begint pas na 12.00 uur’. En ik heb mij er nooit ene seconde voor geschaamd. Het probleem is nu vooral dat ik nog altijd die uitslaper ben, alleen nooit, met de nadruk op NOOIT, meer de kans krijg om uit te slapen.

Het hoort erbij natuurlijk, de vroege wakker worden en opstaan. Toen Lynn net geboren was,was ik überhaupt blij met een paar uur slaap in de nacht. Maar toen had ik verlof, iets wat overigens klinkt alsof het een eeuw geleden is. Toen mijn werkende leven weer begon probeerde ik met de middagslaapjes van Lynn mee te slapen. Maar tegenwoordig doe ik dan dingen waar ik met een actieve rond rennende Lynn niet aan toe kom. Alvast wat voorwerk doen voor de avondmaaltijd, mijn administratie doen of simpelweg zonder oponthoud de was ophangen of vouwen.

Als het echt mee zit, en ik alles vrij vlot klaar heb, kijk ik een opname van één van mijn favoriete series. The Blacklist of The Following. Heerlijk even 50 minuten van mysteries en moorden. Is toch net even anders dan een bezoekje aan de speeltuin. ’s Middags wordt Lynn soms zelf wakker. Maar als ik haar wakker moet maken dan heeft ze altijd even een tijdje nodig om bij te komen. Dat vaste slapen heeft ze zonder twijfel van mij. Zo’n duf hoofd waar meestal een paar flinke plooien in staan. En chagrijnig dat ze wordt als je haar opjut.

 

Als ze dan eenmaal bijgekomen is en weer toe is aan spelen en rennen sta ik meestal op instorten. Maar in beweging blijven is het sleutelwoord. Want als je loopt, rent of speelt kan je ook niet in slaap vallen. Als ik wel stil ga zitten, kak ik enorm in. En dan moet er ook nog gekookt worden, wat mijn lief overigens ook regelmatig doet. Lynn gaat meestal tussen 20.00 en 21.00 naar bed. Als we haar eerder wegleggen wordt ze vaak midden in de nacht wakker en weigert dan nog te slapen. Aangezien ik weiger de hele nacht op te zitten, leggen we haar iets later weg.

Normaal gesproken hebben we dan een redelijke nachtrust totdat ze wakker wordt. Soms is het een kwestie van haar speen even terugdoen. Ze slaapt dan zo nog een uurtje verder. En soms wordt er verwacht dat het entertainment om 6.30 al van start gaat, een programmering die ik zelf nooit bedacht heb. Meestal liggen we dan in bed nog bij te komen. Sesamstraat, Hoela Hoep of het Zandkasteel aan, Lynn rechtop zittend in bed, wij nog even rustig wakker worden. Het is dan altijd de vraag wie eruit gaat om koffie te zetten waarbij we Lynn vaak inzetten als gesprekspartner. ‘Lynn, ik hoorde dat papa koffie ging zetten voor mama’, is er één die vaak de revue passeert. Andersom overigens ook. Aan de andere kant heeft het wel iets, om vroeg op te zijn met zijn drietjes.

Ik zat afgelopen zaterdag om 10.00 op een verjaardag. Lekker tijdstip voor de kids die nog volop energie hadden en ook voor de jarige die later die dag nog een verjaardagsshift had. Iets wat ik ga onthouden voor Lynn’s tweede verjaardag. Maar als iemand mij een jaar of twee geleden had verteld dat ik om 10.00 op een kinderverjaardag zou zitten en dit ook nog eens echt gezellig zou vinden had ik die persoon voor gek verklaard. Iemand die mij twee jaar geleden voor 11.00 uur belde wist in principe dat ik niet op zou nemen omdat ik dan nog lag te slapen. En waarschijnlijk voor 12.00 uur ook.

Dat vroege opstaan heeft nadelen, maar toch ook zeker voordelen. De dagen zijn langer, ik kan langer van het mooie weer genieten en in de ochtend iets leuks ondernemen met Lynn. Ik vind het heerlijk knus en kneuterig om ’s ochtends met z’n drieën in bed te liggen, Lynn kletst lekker en klimt en klautert door het bed. Al blijf ik een uitslaper in hart en nieren en ik hoop dat Lynn dat gen van mij heeft doorgekregen. Ik hoop dat er een dag komt dat ik tot pakweg 10.30 kan uitslapen en daar dan weer 10 jaar op kan teren. Tot die tijd doe ik enorm mijn best er vrolijk bij te zitten in de ochtend, wat als avondmens toch een uitdaging blijft.