Die-die-die

door Mirjaan

Dat onze kleine dame een pittig dwingelandje kan zijn weten we al een tijdje. Er zit een flinke kop op. Ik moet er vaak om lachen. Ze is niet in de maling te nemen. Als ze bijvoorbeeld een doosje rozijnen heeft gezien, dat ik dan snel opberg, is ze echt niet af te leiden tot iets anders. Of ik geef eraan toe, of Lynn zet het op een oorverdovend krijsen en voert de stervende zwaan uit. Wat ze in haar kop heeft, heeft ze niet in haar kont. Een spreekwoord dat haar op het lijf is geschreven. Al moet ik eerlijk zeggen dat ik er zelf ook handje van heb.

Het vragen om iets begon eerst met geluidjes. Het klonk als ‘hu’ en dan heel vaak achter elkaar. Logischerwijs ging ze er daarna bij wijzen. Vaak in het wilde weg. Maar tegenwoordig weet ze precies wat ze wil hebben. Lynn komt glimlachend aanlopen en pakt vastberaden je hand vast. Je moet dan meelopen naar de plek waar ligt wat zij wil hebben. Eenmaal op de plaats van bestemming reikt ze haar armen naar me toe. Een kleine hint dat ik haar op dien te pakken.

Eenmaal ruim 11 kilo op mijn arm wijst ze doelgericht. Of naar de kast, die dan uiteraard opengemaakt dient te worden. Of naar bijvoorbeeld de fruitschaal. Vol enthousiasme zegt ze dan ‘die-die-die’ en is het de bedoeling dat je hetgeen pakt wat ze bedoelt. Het is makkelijk raden als ze ‘appie’ of ‘peeej’ zegt. Daar kan ik appel of peer van maken en die mag ze eigenlijk altijd wel. Maar soms, is het niet te volgen, en dan is het een stuk lastiger voor Lynn, maar ook voor mij.

Want hoe pak ik iets voor mijn kind, als ik niet weet wat ik moet pakken? Ze zegt niet zomaar ja op iets dat ik aanwijs, ze zegt pas ja, als ik hetgeen pak of aanwijs wat ze wil. Lynn doelt wel altijd op eten, drinken of tablets en smartphones. Ze werd van de week helemaal lyrisch toen ze in een gewone drinkbeker een beetje sinaasappelsap kreeg. In één teug ging hij leeg, zonder te morsen. Ik natuurlijk trots. Hierna wees ze vol overgave naar het pak jus d’orange en zei ‘die-die-die’. Na een refill vond ik het mooi geweest en zette het pak weg. Nadat ze deze ook leeg dronk wilde mevrouw nog meer.

Het antwoord was nee. Lynn dacht, als ik het niet deed, het zelf wel even bij te vullen. Ze trok de koelkast open en wilde het pak grijpen. Het antwoord bleef nee dus ik haalde haar plakkerige handje van het pak. En daar ging ze. Lynn stortte ter aarde op de keukenvloer als stervende zwaan. Eerst op de knieën, hevig jammerend. Om het hierna op een huilen te zetten die het maximum aantal decibellen voor geluidsoverlast zeker overschreed. Een simpele vraag of ze anders lekker naar bed wilde haalde haal meteen terug.

Ik vroeg of ze dan weer gewoon kon doen. Niet dat ik weet wat gewoon is, maar gewoon is in ieder geval niet schreeuwen, huilen of krijsen. Met dikke tranen op haar wangen zei ze ‘ja’. Toen ik om de beker vroeg gaf ze die netjes aan. Een beetje water mocht nog wel, wat ze ook op dronk. Ik had intussen mijn eigen lunch gemaakt. Een salade met gekookt ei. Laat ‘ei’ nu net een woord zijn dat Lynn kan zeggen. De aandacht voor het sap verdween, maar die voor het ei groeide met iedere seconde. Hevig wijzend naar mijn bord riep ze ‘die-die-die’. Toen ik vroeg wat ‘die’ was, zei ze ‘ei’.

Ik ging met bord en kop thee op de bank zitten. Mevrouw kwam keurig naast mijn staan met haar kleine wijsvinger wijzend naar het ei. ‘Ei’, ‘ei’, ‘ei’ zei ze. Ik zei dat ze even moest wachten, ik had al een paar plakjes apart gelegd voor Lynn. In plaats van wachten, sloeg ze een arm om mijn schouder en wees naar het ei. Ik moest zo hard lachen om deze inpakactie. Een beetje knuffelen en dan krijg ik vast mijn ei, knappe techniek voor een anderhalf-jarige. Dit was zo’n typisch overdreven-smelt-mijn-dochter-is-zo’n-scheetje-moment. Ik at mijn salade en Lynn haar ei.